Fonologie of fonologische articulatie problemen

ill fonologieDat kinderen woorden nog niet helemaal goed uitspreken is op jonge leeftijd heel normaal. In het derde levensjaar moeten alle klanken zo’n beetje gebruikt kunnen worden in de spraak (er zijn uitzonderingen zoals de R en moeilijke medeklinkercombinaties zoals de SCH in school of de RFST in herfst).

Blijft een kind na deze leeftijd toch nog moeite houden om klanken goed uit te spreken of in de spraak te gebruiken, dan spreken we over problemen in de fonologie, in de ontwikkeling van de spraakklanken. Dit wordt ook wel genoemd: problemen in de uitspraak of articulatie.

Er bestaan twee soorten articulatieproblemen: fonetische articulatieproblemen en fonologische articulatieproblemen.

Bij fonetische articulatieproblemen heeft het kind moeite met de motorische uitvoering van de klank en maakt deze steeds op dezelfde manier fout. Een vaak gehoorde fout is het slissen (ofwel de tong tegen de tanden duwen of naar buiten steken bij het uitspreken van bepaalde letters zoals de t of s).

Fonologische articulatieproblemen zijn vaak complexer van aard. Een kind heeft moeite met de planning van de spraakklanken, door een andere klank te kiezen wordt de betekenis van het woord ook anders (bv stok en sok, of bed en pet) Er zijn verschillende foutenpatroon te onderkennen bij fonologische stoornissen.

Fonologische vereenvoudigingsprocessen zijn ‘normaal’ en horen bij taalverwerving. Kinderen spreken klanken aanvankelijk heel ‘eenvoudig‘ uit en ontwikkelen steeds ingewikkelder klankpatronen naarmate hun ontwikkeling verder gaat. Kinderen met een fonologische stoornis blijven echter vereenvoudigingsprocessen hardnekkig toepassen, hoewel ze al tot veel complexere structuren in staat zijn. Tevens zien we vaak meerdere vereenvoudigingsprocessen tegelijk in de spraak, in tegenstelling met kinderen die zich op fonologische gebied ‘normaal’ ontwikkelen. Ook zijn er meer ‘afwijkende’ processen die in een normale fonologische ontwikkeling doorgaans niet of nauwelijks voorkomen:

Enkele voorbeelden van vereenvoudigingsprocessen zijn:

• 2 medeklinkers reduceren tot één (bv. kant –> ka)
• Een klank die achterin de mond moet worden gevormd, komt naar voren (bv. gelukkig –> telukkig)
• De articulatieplaats is naar achteren verschoven (bv. opnemen –> oknemen)
• En plofklank komt in de plaats van een langere klank (bv. weet –> peet)
• De klank wordt door de neus gevormd (bv. bij –> mij)

Er zijn meer vereenvoudigingsprocessen te constateren…..

Bij kinderen met een primaire taalstoornis komen regelmatig ook fonologische problemen voor. Deze kinderen hebben vaak een mentale woordenschat die niet efficiënt is georganiseerd (Goorhuis & Schaerlaekens, 2000; Gray, 2005; Leonard, 1998). De kinderen hebben vaak moeite het juiste woord (vorm én betekenis) op het juiste moment uit hun woordenschat op te halen. Hierdoor ontstaan woordvindingsproblemen en/of een gebrek in de benoemingsflexibiliteit (Goorhuis & Schaerlaekens, 2008; Leonard, 1998).

Fonologische articulatieproblemen vallen onder de noemer taalprobleem omdat kinderen moeite hebben om een goede betekenis te geven aan de vorm van waaruit een woord bestaat. Vaak kunnen zij de klank of de klanken wel vormen maar niet toepassen in een woord. Er is daarom bij kinderen met fonologische problemen een verhoogd risico later op het ontstaan van lees- en spellingproblemen in het onderwijs.

In onze praktijk behandelen wij dagelijks kinderen met fonologische problemen in iedere vorm en aard. Na uitgebreide diagnostiek wordt er, in overleg met ouders, door de logopediste een keuze gemaakt welke therapiemethode het best bij het kind en diens problematiek past. Er worden in onze praktijk gebruik gemaakt van diverse fonologische therapie-methodes zoals Hodson & Paden, Metaphon, dyspraxie-programma.