Hyperventilatie


hyperventilatieWanneer de ademhaling en de lichamelijke activiteit
bij iemand niet goed op elkaar zijn afgestemd kan iemand gaan hyperventileren. Bij hyperventilatie ademt men te diep of te snel in waardoor te veel koolzuur wordt uitgeademd. Het koolzuurgehalte in het bloed daalt te veel waardoor lichamelijke klachten kunnen ontstaan zoals duizeligheid, tintelingen, hartlkloppingen of het gevoel geen adem te kunnen krijgen. Deze gevoelens kunnen op hun beurt weer beangstigend zijn waardoor iemand door de schrik of paniek voortgaat met deze niet evenwichtige manier van ademhalen. Hoewel hyperventilatieals een plotselinge aanval kan optreden zijn er ook mensen die chronisch last hebben van deze problemen. Een verkeerd afgestemde ademhaling kan een gewoonte worden.

Niet altijd is er een duidelijke oorzaak of aanleiding aanwijsbaar. Wanneer hyperventilatie wordt opgeroepen door spanningen, angst of onzekerheid zal wellicht een andere hulpverlener voor deze problematiek moeten worden geraadpleegd. Omdat hyperventilatie ook een chronisch karakter kan hebben, kan iemand parallel aan een eventueel andere begeleiding gebaat zijn met begeleiding door de logopedist die de persoon helpt inzicht te krijgen in de omstandigheden die met hyperventilatie samenhangen. Hyperventilatie kan ook voorkomen in combinatie met te snel en vrijwel zonder pauzes spreken. Hyperventileren wordt dan een verkeerde ademgewoonte die zichzelf in stand houdt.

Tijdens een behandeling krijgt de patiënt inzicht in de problemen die met hyperventilatieklachten samenhangen en leert deze mogelijk oplossen. Er wordt een functioneel en evenwichtig adempatroon in rust, tijdens spreken
en andere lichamelijke inspanning aangeleerd waarbij men leert een aanval van hyperventilatie af te breken. Algemene ontspanningsoefeningen maken veelal deel uit van de behandeling.